Storytelling lijkt op een sprookje

Ieder sprookje heeft een aantal basiselementen waardoor het aanspreekt.

  1. De gewone wereld. De hoofdpersoon bevindt zich in deze wereld voordat hij of zij een held wordt.
  2. De speciale wereld. Dit is een onbekende wereld waar de oplossing, de schat, ligt.
  3. De held. In het verhaal is de klant altijd de held. Deze heeft een probleem en moet obstakels overwinnen om uiteindelijk tot de oplossing te komen. In het allerbeste geval zorgt de held voor een stuk herkenning bij iedereen. Ze doen dingen goed, maar ze hebben ook herkenbare valkuilen. Bijvoorbeeld onwetendheid, gebrek aan tijd, gebrek aan kunde.
  4. Het monster. Dit is het probleem waarmee je de urgentie in het verhaal kunt creëren.
  5. De actie modus. Dit is hetgeen de held uit de comfortzone haalt en in beweging brengt.
  6. De helper. Dit ben jij. Jij helpt de held om het probleem te overwinnen.
  7. De schat. Dit is het vooruitzicht dat de held wil hebben. De oplossing van het probleem.

 

Verhaalstructuur

Het filmbedrijf Pixar schijnt deze structuur te gebruiken in hun tekenfilms. Het is natuurlijk niet de bedoeling om deze zinnen letterlijk te gebruiken, maar ze kunnen wel dienen om de logische volgorde te bepalen van je verhaal.

[Begin]
Er was eens…

die elke dag…

[Midden]
tot op een dag…

Daardoor…

En daardoor…

[Eind]
Totdat uiteindelijk…

En sinds die dag…